Batchboek Partij tot etiket

Praktische gids

Hoe zet je een batchnummering op die je makerij jarenlang blijft dragen?

Door Gepubliceerd op Bijgewerkt op 7 minuten lezen

Werk op een Nederlands agrarisch bedrijf. Beeld bij het artikel: Hoe zet je een batchnummering op die je makerij jarenlang blijft dragen?
Beeld gegenereerd met kunstmatige intelligentie

Een batchnummering verzin je het liefst één keer en dan meteen goed. Wie de opzet pas bedenkt op de dag dat een afnemer belt over een verdachte partij, ontdekt dat een reeks die in het eerste jaar prima leek nu geen antwoord geeft. Deze gids laat zien hoe je een nummering bouwt die van je eerste ketel tot je drukste seizoen blijft kloppen.

Wat een batchnummer moet kunnen, en wat het niet hoeft te zijn

Een batchnummer is geen versiering op je etiket. Het is het haakje waaraan je hele productie hangt. Zolang dat haakje houdt, blijft een probleem klein en overzichtelijk. Zodra het loslaat, ben je aangewezen op je agenda, je geheugen en een stapel pakbonnen.

De eenvoudigste toets is de omgekeerde vraag. Iemand belt met een pot, een kaas of een fles in de hand en leest een code voor. Kun je binnen een kwartier zeggen welke grondstofpartijen erin zijn gegaan, op welke dag er is gemaakt, hoeveel eenheden eruit kwamen en naar welke adressen ze zijn vertrokken? Is het antwoord ja, dan is je nummering goed genoeg. Alles daarna is verfijning.

Een batchnummer hoeft daarvoor niets te betekenen. Het hoeft niet leesbaar te zijn voor de klant, het hoeft je recept niet te verraden en het hoeft al helemaal niet mooi te zijn. Het moet uniek zijn, onveranderlijk en terug te vinden in je administratie. Dat is de hele opdracht.

Twee richtingen, altijd allebei

Traceren doe je in twee richtingen. Terug: van de fles op de schap naar de moutpartij, de melkleverantie of de suikerzak die erin zat. Vooruit: van een grondstofpartij waarover twijfel bestaat naar elke batch waarin die partij is verwerkt en elke afnemer die daar iets van heeft ontvangen.

Makerijen die alleen vooruit registreren staan met lege handen als een leverancier belt over een teruggeroepen grondstof. Makerijen die alleen achteruit registreren weten wel wat erin zat, maar niet wie ze moeten waarschuwen. Je nummering moet allebei dragen, en dat lukt alleen als het nummer van de productiebatch en de nummers van de gebruikte grondstofpartijen in hetzelfde overzicht aan elkaar vastzitten.

Vier eigenschappen van een nummering die jaren meegaat

Systemen die na twee jaar sneuvelen, sneuvelen bijna altijd op dezelfde vier punten. Loop ze langs voordat je iets vastlegt.

  • Uniek over de hele levensduur. Een code mag nooit twee keer voorkomen, ook niet over de jaargrens heen. Wie op 1 januari weer bij 001 begint, heeft na drie jaar drie partijen met dezelfde code en een klant die niet weet welke van de drie hij in de kast heeft staan.
  • Onveranderlijk. Zodra een code op een zak, een vat of een etiket staat, staat hij vast. Corrigeer je nooit door het nummer te wijzigen, maar door een aantekening toe te voegen. Een gewijzigd nummer is een gat in je dossier.
  • Zonder ruimte voor twijfel. Mensen lezen codes verkeerd voor aan de telefoon. Vermijd tekens die op elkaar lijken, zoals de nul naast de hoofdletter O en de één naast de kleine letter l. Kies één schrijfwijze en houd die vol.
  • Uitbreidbaar. Vandaag maak je één product in één ruimte, over twee jaar misschien vier producten met een tweede ketel. Zorg dat er ruimte in de code zit voor een productsoort of een lijn, ook als je die nu nog niet gebruikt.

Drie opzetten die je in makerijen tegenkomt

Er is geen voorgeschreven vorm. Deze drie kom je in de praktijk het vaakst tegen, elk met een eigen prijs.

Opzet Vorm Sterk punt Prijs die je betaalt
Doorlopend volgnummer 0001, 0002, 0003 Nooit dubbel, kort, foutloos voor te lezen Je ziet niets aan het nummer, je hebt je administratie altijd nodig
Datumcode 260908, of het weeknummer met een volgletter Iedereen op de werkvloer snapt hem meteen Twee ketels op dezelfde dag botsen zonder extra teken
Samengestelde code Productcode, jaar, weeknummer, volgnummer Groeit mee met meer producten en meer lijnen Langer, en iedereen moet dezelfde volgorde aanhouden

Voor een makerij met één of twee producten werkt een datumcode met een volgnummer erachter vrijwel altijd. Groeit het assortiment, dan zet je er een korte productcode voor. Wat je ook kiest: schrijf de regel op één A4 en hang dat vel op in de productieruimte, zodat een invaller dezelfde code maakt als jij.

Zo zet je het in één ochtend op

  1. Bepaal wat bij jou één batch is. Eén ketel, één bakdag, één slingerbeurt, één brouwsel. Dit is de belangrijkste keuze van de hele opzet, want alles wat binnen een batch valt, roep je later samen terug.
  2. Kies je vorm en leg vast hoeveel tekens elk deel krijgt. Vier cijfers voor een volgnummer klinkt overdreven, maar een teller die volloopt is vervelender dan een cijfer te veel.
  3. Schrijf op welke gegevens je bij elke batch registreert: datum, hoeveelheid, gebruikte grondstofpartijen, de persoon die maakte en de bestemming van het eindproduct.
  4. Bepaal wie het nummer uitgeeft en wanneer. Aan het begin van de productie, niet achteraf. Een nummer dat je 's avonds bedenkt, hoort bij een batch die je 's avonds reconstrueert.
  5. Test de opzet op de laatste drie partijen die je hebt gemaakt. Lukt het om ze met terugwerkende kracht te nummeren en volledig te beschrijven, dan is de opzet werkbaar.

Wat je naast het nummer vastlegt

Het nummer zelf is leeg. De waarde zit in wat eraan hangt. Voor de meeste ambachtelijke makers is dit de kern: de productiedatum, de gemaakte hoeveelheid en de eenheden, elke gebruikte grondstofpartij met het leveranciersnummer van die partij, de houdbaarheidsdatum die je op het etiket zet, en de lijst met afnemers met aantallen.

Leg daarnaast vast welke van de veertien aangewezen allergenen uit EU-verordening 1169/2011 in de gebruikte grondstoffen zitten. Doe je dat op partijniveau, dan rolt de allergeneninformatie voor je etiket er vanzelf uit en hoef je bij een receptwijziging niet je hele etikettenvoorraad na te lopen. Meer over die controle staat in de checklist voor het etiket van een nieuwe batch.

Waar het misgaat zodra de makerij groeit

De eerste scheurtjes ontstaan niet in het systeem, maar in de gewoontes eromheen. Drie situaties komen steeds terug.

De halve batch die je later afmaakt

Je moet een productie onderbreken en maakt de volgende dag af met een nieuwe zak grondstof. Nu zitten er twee grondstofpartijen in wat jij één batch noemt. Kies vooraf hoe je dat oplost: of je splitst in twee batches met twee nummers, of je houdt één nummer aan en registreert beide grondstofpartijen. Beide mag, maar niet door elkaar.

Het restje uit de vorige batch

Een emmer wei, een bodempje deeg, een halve emmer honing uit de vorige slingerbeurt. Zodra restmateriaal in een volgende batch verdwijnt, koppel je twee batches aan elkaar. Registreer het restje als grondstofpartij met de code van de batch waar het uit komt, dan blijft de keten heel.

Het losse etiketvel

Etiketten die je vooruit laat drukken met een datum erop leiden tot partijen die op papier bestaan en in het vat niet, of andersom. Druk de batchcode zo laat mogelijk, bij voorkeur op het moment dat je afvult. Deze en andere valkuilen staan uitgewerkt in het overzicht van de fouten die het vaakst in een partijadministratie sluipen.

Van papier naar een systeem dat meezoekt

Een goede nummering werkt op papier. Een klembord in de productieruimte, een schrift per jaar en een map met pakbonnen brengen je verder dan de meeste mensen denken. Het knelpunt zit niet in het vastleggen, maar in het terugzoeken onder tijdsdruk. Wie op een dinsdagmiddag door zes maanden aan handgeschreven regels moet bladeren om te vinden welke batches een bepaalde melkleverantie bevatten, verliest uren.

Dat is precies het moment om te overwegen of een spreadsheet of software je beter past. Die afweging, met de sterke en zwakke kanten van beide, staat in het artikel over de keuze tussen een spreadsheet en echte batchsoftware.

Houd er ook rekening mee dat je administratie zeven jaar bewaard moet blijven. Dat is niet alleen een fiscale plicht, het is ook je enige bewijs achteraf dat je destijds wist wat erin zat. Een schrift dat vochtig wordt in de makerij haalt die zeven jaar zelden.

Een korte woordenlijst die verwarring voorkomt

Op de werkvloer lopen drie begrippen door elkaar. Spreek ze één keer af, dan praten leverancier, medewerker en afnemer over hetzelfde.

  • Grondstofpartij: de eenheid zoals je leverancier hem levert, met zijn nummer op de zak, het vat of de emmer. Dat nummer neem je over, je verzint er geen eigen versie van.
  • Productiebatch: wat jij in één keer maakt, met jouw eigen nummer.
  • Verpakkingseenheid: de pot, fles of doos die de deur uit gaat, met de batchcode erop gedrukt.

Conclusie: leg het haakje aan voordat je het nodig hebt

Een nummering die jarenlang draagt is geen kwestie van slimme codes, maar van drie keuzes die je vooraf maakt: wat één batch is, welke gegevens je eraan hangt en wie het nummer uitgeeft. Wie dat op orde heeft, verandert een telefoontje over een verdachte partij van een dag paniek in een middag werk.

Met de partijregistratie van Batchboek zit die opzet er vanaf de eerste dag in: je geeft de batchcode uit bij het begin van de productie, koppelt de grondstofpartijen die je gebruikt en ziet in twee richtingen waar alles is gebleven. Wil je weten hoe dat er voor jouw makerij uitziet, dan kijkt Jimenez Julien graag met je mee. Beschrijf je situatie via het contactformulier en je krijgt binnen twee werkdagen antwoord, met een voorstel voor een demo op een moment dat je productie stilligt.

Verder lezen